Meteen naar de inhoud
Home » Wat is een ongebruikelijke transactie (Wwft)?

Wat is een ongebruikelijke transactie (Wwft)?

Wat is een ongebruikelijke transactie volgens de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft)?!

Volgens art. 1 lid 1 is een ongebruikelijke transactie: een transactie die op grond van de indicatoren bedoeld in artikel 15, eerste lid van de Wwft, als ongebruikelijk is aan te merken. Dit zegt echter niet zoveel maar via dit artikel wordt verwezen naar het “Uitvoeringsbesluit Wwft 2018” en daar wordt e.e.a. een stuk duidelijker. In dit besluit wordt namelijk in de bijlage “indicatorenlijst” per categorie meldplichtige instellingen een lijst met indicators gegeven aan de hand waarvan kan worden beoordeeld of een transactie wordt aangemerkt als een ongebruikelijke transactie. In de methodiek van de lijst wordt onderscheid gemaakt tussen objectief en subjectief ongebruikelijke indicatoren.

Objectieve indicatoren

Voor betaaldienstverleners (waaronder de meeste Banken) gelden de volgende objectieve indicatoren;

  1. Een transactie voor een bedrag van € 10.000,– of meer, waarbij contante omwisseling in een andere valuta of van kleine naar grote coupures plaatsvindt.
  2. Een contante storting voor een bedrag van € 10.000,– of meer ten gunste van een credit card of een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card).
  3. Het gebruik van een credit card of een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card) in verband met een transactie voor een bedrag van € 15.000,– of meer.
  4. Een geldtransfer voor een bedrag van € 2.000,– of meer, tenzij het een geldtransfer betreft door een instelling die de afwikkeling van bedoelde geldtransfer overlaat aan een andere instelling waarop de meldingsplicht, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet, eveneens van toepassing is.
  5. Onder aan de bijlage wordt nog een extra objectieve indicator gegeven (gemakshalve nummer 5) daar staat immers dat het “in de rede ligt dat transacties die in verband met witwassen of financieren van terrorisme aan politie of Openbaar Ministerie worden gemeld, ook aan de Financiële inlichtingen eenheid worden gemeld; er is immers de veronderstelling dat deze transacties verband kunnen houden met witwassen of financieren van terrorisme.”

Tot zover de objectieve indicatoren, dan nu de subjectieve.

Subjectieve indicator

Er is maar één subjectieve indicator en die luidt;

“Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme.”

De subjectieve indicator dient door de instelling zelf te worden ingevuld door middel van duidelijke interne indicatoren of red flags aan de hand waarvan medewerkers kunnen vaststellen of een transactie ongebruikelijk is.[1] [2] [3] [4]

Een voorbeeld; volgens DNB kunnen voor creditcard transacties onder andere de onderstaande ‘red flags’ ondersteuning bieden bij het detecteren van ongebruikelijke transacties[5];

  • Concentratie van frequente hoogwaardige transacties door een kleine groep kaarthouders bij bepaalde merchants (aanschaf luxe producten),
  • Gestructureerd gebruik maken van gestolen creditcards bij E-commerce merchants,
  • Afhankelijkheid merchant van bepaalde kaarthouders door omzet (volume),
  • Relaties tussen kaarthouder(s) en merchant(s) (criminele organisatie en anoniem gebruik).

Hoe ruim is het begrip (ongebruikelijke) transactie?

Volgens de Wwft is een transactie een “handeling of samenstel van handelingen van of ten behoeve van een cliënt waarvan de instelling ten behoeve van haar dienstverlening aan die cliënt heeft kennisgenomen”.[6]

Dit transactiebegrip is op 1 januari 2013 van kracht geworden.[7] Voor deze datum was de beschrijving anders en dat riep in de praktijk onduidelijkheden op, reden voor de wetgever om een wijziging door te voeren.[8] Met de wijziging heeft de wetgever beoogd om beter tot uitdrukking te brengen wanneer een instelling dient te melden.

De Minister stelt in dit kader;

“Met de nieuw gekozen definitie is beoogd duidelijk te maken dat een ongebruikelijke transactie van de cliënt, of van een derde ten behoeve van de cliënt, altijd moet worden gemeld indien een instelling daarvan heeft kennisgenomen ten behoeve van haar dienstverlening aan die cliënt. Een direct of causaal verband tussen de ongebruikelijke transactie en de werkzaamheden van de instelling is geen vereiste. De woorden «handeling of samenstel van handelingen van of ten behoeve van een cliënt» dienen zo te worden uitgelegd dat ook een passieve betrokkenheid van de instelling (doordat zij wetenschap heeft van de transactie) de wettelijke meldingsplicht kan activeren.”[9] [10]

De definitie moet dus ruim worden uitgelegd, zo ruim zelfs dat ‘passieve betrokkenheid’ alleen de meldplicht al kan activeren!

De Minister merkt verder nog op dat deze uitleg in overeenstemming is met de Derde Europese Witwasrichtlijn. Ook stelt hij dat het gewijzigde transactiebegrip niet impliceert dat er een nieuwe onderzoeksplicht is voor instellingen. “De meldingsplicht ziet niet op al hetgeen de instelling ter ore is gekomen, maar slechts op de transacties waarmee zij is geconfronteerd in het kader van haar dienstverlening binnen de reikwijdte van de Wwft. Het ongebruikelijke karakter moet voor de instelling op basis van de meldindicatoren direct duidelijk zijn, zij het dat daarbij de bijzondere deskundigheid van de desbetreffende instelling in aanmerking wordt genomen, alsmede de voortdurende controle op de zakelijke relatie voorzien in artikel 3, derde lid.”, aldus De Minister.

Jurisprudentie

Naast de toelichting van de wetgever op het begrip transactie in de Wwft heeft intussen ook De Bestuursrechter geoordeeld het begrip ruim moet worden uitgelegd. De rechter (2017) stelt onder andere “dat er niet alleen sprake is van een transactie bij een handeling ten behoeve van een cliënt als deze op initiatief van een cliënt plaatsvindt of als deze cliënt daarvan profiteert, zoals [eiseres] betoogt. Er is ook sprake van een transactie als de cliënt op andere wijze bij deze handeling betrokken is.” [11]

Is het relevant wanneer een ongebruikelijke transactie heeft plaatsgevonden?

Nee, dat is in beginsel niet relevant voor de meldingsplicht! “Het kan ook gaan om transacties die dateren van voor de aanvang van de zakelijke relatie tussen de cliënt en de instelling, en eerst in het kader van de dienstverlening door die instelling aan het licht komen. De meldingsplicht kan zodoende ook van toepassing zijn indien de dienstverlening door de instelling op zichzelf geen ongebruikelijk karakter heeft en geen rol speelt bij het faciliteren van witwassen of financieren van terrorisme.”, aldus De Minister in de Memorie van Toelichting. [9]

Zijn er überhaupt grenzen aan de meldingsplicht?

Jawel, namelijk als het gaat om “feiten en omstandigheden waarvan de instelling heeft kennisgenomen in het kader van dienstverlening buiten de reikwijdte van de Wwft (bij niet-WWFT-plichtige diensten of vrijgestelde werkzaamheden)”, dan vallen die daarbuiten. En als het gaat om “transacties tussen of door derden, waar noch de instelling, noch de cliënt bij betrokken is”, dan vallen die ook buiten de meldingsplicht.[9]

Samenvatting

Een ongebruikelijke transactie wordt vastgesteld aan de hand van wettelijk vastgestelde objectieve indicatoren. Daarnaast is er één subjectieve indicator die door de instelling zelf dient te worden ingevuld aan de hand van duidelijke interne indicatoren of red flags. Het begrip ongebruikelijke transactie wordt ruim uitgelegd, zo ruim zelfs dat ‘passieve betrokkenheid’ alleen de meldplicht al kan activeren! Het moment waarop een ongebruikelijke transactie heeft plaatsgevonden is in beginsel niet relevant. Er zijn wel grenzen aan de meldingsplicht van ongebruikelijke transacties.

Auteur; Albert Stoetzer op 20-11-2022, last update 1-12-2022.


Tot slot! Volgens art. 16 lid 1 Wwft moeten ongebruikelijke transacties onverwijld aan het FIU worden gemeld. Volg deze link om nieuwsberichten te lezen over ongebruikelijke transacties!


[1] De Nederlandsche Bank N.V., DNB LEIDRAAD WWFT EN SW, Voorkoming misbruik financiële stelsel voor witwassen en financieren van terrorisme en beheersing van integriteitrisico’s, Amsterdam, Versie 3.0 – April 2015, p. 36

[2] Als alleen de objectieve en subjectieve indicatoren die in het Uitvoeringsbesluit Wwft worden opgesomd aan de medewerkers ter beschikking worden gesteld dan is dat volgens DNB een voorbeeld van een tekortkoming in het proces van detecteren van ongebruikelijke transacties. Bron; DNB, Beoordeling Ongoing Due Diligence Proces (Wwft en Sw), Proces van detecteren van ongebruikelijke transacties, Voorbeeld van een tekortkoming in het proces, 19 december 2013. Vindbaar via https://dnb.archiefweb.eu/#search.1669930555754; zoekterm “tekortkoming in het proces van detecteren van ongebruikelijke transacties”.

[3] Zie bijvoorbeeld typologieën van de FIU; https://www.fiu-nederland.nl/nl/witwas-typologieen-0

[4] Zie bijvoorbeeld ook de risk factors guidelines van de ESA’s; European Supervisory Authorities (ESA’s), ‘The Risk Factors Guidelines, Joint Guidelines under Articles 17 and 18(4) of Directive (EU) 2015/849 on simplified and enhanced customer due diligence and the factors credit and financial institutions should consider when assessing the money laundering and terrorist financing risk associated with individual business relationships and occasional transactions’, JC 2017 37, 26 June 2017.

[5] De Nederlandsche Bank N.V., DNB LEIDRAAD WWFT EN SW, Voorkoming misbruik financiële stelsel voor witwassen en financieren van terrorisme en beheersing van integriteitrisico’s, Amsterdam, Versie 3.0 – April 2015, p. 38

[6] Zie art. 1 lid 1m Wwft

[7] Stb. 2012, 686 en 687

[8] Stouten, M., ‘Een ongebruikelijke uitleg van de witwasmeldplicht. Tijd voor een wetswijziging’, Nederlands Juristenblad – 17-09-2010 – afl. 31, p. 2020-2025.

[9] MvT, Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 238, nr. 3, p. 10/11

[10] Dezelfde formuleringen worden ook gebruikt in de DNB leidraad Wwft en SW, zie  De Nederlandsche Bank N.V., DNB LEIDRAAD WWFT EN SW, Voorkoming misbruik financiële stelsel voor witwassen en financieren van terrorisme en beheersing van integriteitrisico’s, Amsterdam, Versie 3.0 – April 2015, p.36]

[11] ECLI:NL:RBROT:2017:307


Secured By miniOrange